Veroordeeld voor oproepen tot geweld tegen Armeniërs

Foto: Rechtbank Overijssel

Een 52-jarige man uit Den Haag is door de rechtbank Overijssel veroordeeld voor het aanzetten tot geweld tegen Armeniërs tijdens een demonstratie op 1 juni 2014 in Almelo.

Die dag demonstreerden zo’n 4.000 mensen tegen de komst van het ‘Armeens Genocide Monument’ bij de Armeense kerk in Almelo. De rechtbank legt de man een taakstraf op van 120 uur en een voorwaardelijke celstraf van een maand met een proeftijd van twee jaar.

Oproepen tot geweld

De man is schuldig aan het oproepen tot geweld tegen Armeniërs op grond van hun ras. Hij sprak tijdens de demonstratie de menigte toe en scandeerde daarbij de woorden ‘Karabach zal het graf van de Armeniërs worden’. Zijn tekst bevat een duidelijke verwijzing naar de dood.

De strekking van de uitlating is naar het oordeel van de rechtbank onmiskenbaar gewelddadig. Daarmee overschreed hij op grove wijze de grens van het toelaatbare van de vrijheid van meningsuiting, één van de fundamentele rechten binnen onze democratische samenleving.

Groot spreekkoor

De uitlatingen waren voor Armeense mensen bijzonder pijnlijk vanwege de oorlog in het gebied Nagorno Karabach in Azerbeidzjan. Ook was het zeer angstaanjagend omdat de man een deel van zijn woorden door de duizenden aanwezigen als een groot spreekkoor meermalen liet herhalen.

Geen vreedzame oproep

Er was geen sprake van een vreedzame oproep aan de Armeniërs tot vertrek uit Karabach, zoals de verdediging stelde. Dat blijkt ten eerste uit wat de man feitelijk zei, daar zat geen enkele verwijzing in naar een geografische verplaatsing van de Armeniërs. Verder blijkt dat uit de intensiteit waarmee en de toon waarop hij deze woorden uitsprak en dat hij de menigte het enkele keren liet naschreeuwen.

Aanzien door rol en functie

De man is de voorzitter van de Nederlandse Azerbeidjaanse Turkse Culturele Vereniging en was contactpersoon en medeorganisator van de demonstratie. Zijn woorden worden serieus genomen omdat hij gezien zijn functie en rol een bepaald aanzien geniet binnen zijn gemeenschap. De uitlatingen bereikten een groot publiek, zeker ook nu de demonstratie en de rol van de man daarin op televisie zijn vertoond.

Hogere straf

De rechtbank legt de man een hogere straf op dan was geëist door de officier van justitie. Een lagere straf is niet op zijn plaats gezien de ernst van het feit en de manier waarop het is gebeurd. De man heeft duidelijk gemaakt dat hij achter die woorden staat en heeft geen inzicht in wat hij daarmee strafrechtelijk verkeerd deed. Hierdoor is een herhaling niet uitgesloten. Omdat de rechtbank de man wil weerhouden om zoiets nog eens te doen is een taakstraf van 120 uur met een voorwaardelijke celstraf van een maand en een proeftijd van twee jaar nodig.

Lees ook:

Dossier: Juridische zaken

Reacties