Dodenherdenking 2018: Sibylla Stegeman en Levensboom

Foto: Harm Brand

Na een woord van welkom van de burgemeester, vooral ook aan de kinderen, gaf deze eerst gelegenheid tot stil gebed of een moment van inkering tot zichzelf. De bijeenkomst werd geopend door dominee Diepenbroek van de Hersteld Hervormde Gemeente van Rouveen-Hasselt-Zwolle.

De predikant begon met een huiselijk voorval met de kleine baby Timon. Zijn tweede zoon zei een keer tegen zijn moeder; “hij kijkt u aan”. Dat kan echter niet want zo’n klein kind ziet alleen nog maar contouren. Hij kijkt naar het licht. Wij zien ook alleen de vage contouren van het leven.

Als schriftlezing  las hij uit Johannes 8 vers 12 tot en met 21. Hierin noemt Jezus van Nazareth Zichzelf het Licht der wereld; die Mij volgt zal in de duisternis niet wandelen. In de overdenking greep hij meerdere malen terug op het voorval. Hier zijn geen beelden van gemaakt, wel is het gesprokene hierboven na te luisteren.

Na deze opening een bijdrage van de Gereformeerde Basisschool De Levensboom. Alle kinderen van de klas had meegewerkt aan de invulling. Een groep meiden zorgde samen met twee juffen de voordracht. Door Thamar werd op de saxofoon ‘Amazing Grace’ gespeeld.  Er werden aan de hand van platen teksten voorgelezen. Tot slot werd er gezongen.

Mevrouw Sibylla Stegeman sprak over de enorme impact op de achterblijvers, de familie van de twintig weggevoerde mannen uit Staphorst. Haar moeder kon er 65 jaar lang helemaal niet over praten. Pas in haar laatste levensjaren begon ze over Sibylla’s vader te praten.

Toen zij zeven jaar oud was werd haar vader Jan Stegeman plotseling weggevoerd bij de razzia van 30 augustus 1944. Ze hebben nooit meer iets vernomen. Dat heeft een gat in het gezin geslagen wat nooit gedicht was. Ze hadden ook geen afscheid kunnen nemen.

Sibylla was haar vaders oogappel. Maandenlang droomde ze dat ze het tuinhek hoorde en liep ze hoopvol naar de deur, maar elke keer weer tevergeefs… Beluister via de audiobalk hierboven haar hele verhaal.

De bijeenkomst werd afgesloten met het zingen van het gezang: “O God, die droeg ons voorgeslacht”. Daarna stelde zich het aanwezige publiek buiten op voor de stille tocht naar het marktplein. Voorop liepen twee tamboers met omfloerste trom. Daarachter volgenden drie dienstdoende militairen. Vervolgens het college en andere functionarissen, genodigden en belangstellenden.

Lees ook:

Reacties