Dialectavond met toekenning van jaarlijkse Skriefpries

Foto: Museum Staphorst

Maandagavond was de avond waarop in het Museum Staphorst de jaarlijkse Skriefpries werd toegekend. Voor een volle zaal, van jong tot oud, mochten de 6 skrievers hun verhaal “Hoe brachte wee vroeger de winteraov’nd deur” voorlezen. Het waren gezellige en herkenbare verhalen met een terugblik.

De eerste pries werd gewonnen door Geesje van de Craats. Met haar verhaal over de visite die kwam en dat je dan als kind mocht helpen in je nieuwe flanellen pyjama met het klaarzetten van de mooie kopjes. Kopje uit het dressoir die anders nooit gebruikt werden en altijd achter de deur stonden, wiebelend op hun drie pootjes. De lekkere koekjes, hoorntjes van die mini cornetto die zo echt bij de visite hoorden.

Ook werden de bezoekers behoorlijk aan het werk gezet met het zoeken naar het Nederlands woord voor het dialect en dat ging niet ‘gezwind’. Zelfs “Jongens kiek, haor op de diek”, was niet bekend. Passend bij het thema van de avond was ook het plaeties kieken en vele namen passeerden de revue.  Het geheel werd sfeervol omlijst met oud Hollandse liedjes, gespeeld door de Mondharmonicaclub.

Opoe wat deden jullie vroeger ’s avonds, spanning omdat iemand in de winter allennig naar het veld ging, een familie die met de trein wilde en de rook uit de locomotief zag komen alsof hij in brand stond, een smeuïge schets van de woning met de klauwer kachel, verhalen vertellen, de psalmen opzeggen voor de maandag, met de R in de maand en de lepel levertraan, en wat er kon gebeuren als een meisje geen jongen binnen wilde laten op het gespin, herkenbaar? Het zorgde voor de nodige hilariteit in de zaal.

Lees ook: