Aubade op het schoolplein van de Prins Mauritsschool

Op de dag voor Koningsdag een alternatieve aubade op het schoolplein van de Prins Mauritsschool in Staphorst. Verdeeld over de hele rand van het schoolplein stonden vele (groot)ouders te luisteren naar het gezang, en verschillenden zongen ook zelf mee.

Directeur Koppelman sprak een korte inleiding aan de hand van een oranje touwtje, uit drie strengen gevlochten. “Zo horen God, Nederland en Oranje bij elkaar”. Evenals andere jaren op het marktplein had iedereen een dubbelzijdig oranje papier met de liedteksten. Van het Wilhelmus werden de verzen 1, (6) en 14 gezongen, daarna de bekende Psalm 134:3 als ‘Zegen-bede voor de koning’. ‘Gelukkig is het land’ (in afzonderlijke video). Verder nog ‘Wilt heden nu treden’ vers 1 en 2 (en 4). En ‘Rood, wit en blauw zijn de kleuren van de vlag’.

De zang werd begeleid door meester Den Ouden op het orgel en drie trompettisten, één meisje en twee jongens. Het orgel was voor de gelegenheid buiten onder de luifel geplaatst. De sprekersmicrofoon van de extra geluidsbox op een statief bij de orgelspeakers. Na bovenvermelde liederen stonden nog Het Overijssels volkslied en Het lied van Staphorst op het programma. In de video zijn grote delen van beide liederen te horen. In onderstaande audio-opnamen door meester Westhoff (die daarom zelf niet meezingt) de complete liederen.

Tot slot las directeur Koppelman het korte gedicht voor, op de achterkant onderaan vermeld op het zangdocument: ’t Geheim van alle zegen, Oranje en Neerland hoor ‘t, Is in Gods vrees gelegen, Zijn gunst, Zijn trouw, Zijn Woord. Hierna volgenden instructies zodat alle kinderen van afzonderlijke groepen het plein gedoseerd met tussenpozen verlieten. Het Overijssels volkslied stamt uit 1951 en is in oud-Nederlands geschreven door de schrijver Joh. H. Polman, werkzaam bij de provincie. NB: Tussen haakjes: (niet in de video).

Het Overijssels volkslied

( Aan de rand van Hollands gouwen, over brede IJsselstroom
Ligt daar, lieflijk om t’aanschouwen Overijssel ),’fier en vroom.
Waar de Vecht en Regge kronk’len door de heuv’len in’t verschiet 
Waar de Dinkelgolfjes fonk’len ligt het land, dat ‘k stil bespied.

‘K Heb U lief; G’omvat in glorie Oudheid, Kunst en Klederdracht. 
Eertijds streden om victorie Steden – Ridders, Burchtenmacht.
D’eindeloze’twisten brachten U, mijn land, geen voorspoed aan; 
Toch is uit Uw leed en klachten rijke stedenbloei ontstaan.

Gij bidt’God, dat Hij op’t zaaien Rijpen doe ’t gestrooide zaad; 
Dat Ge dankbaar ’t graan moogt maaien als het uur van oogsten slaat.
Oversticht, Uw schone weiden, horizonten, paarse.hei 
Boeien hart. en ziele beide van Uw volk. Gij zijt van mij.

Het Staphorster volkslied

Wijs: Waar in ’t bronsgroen eikenhout

Waar de lange klinkerdiek loopt van West tot Oost,
Boerenhuizen woning biên ouders met hun kroost,
Waar de landman nijver werkt, ’t loeien wordt  gehoord:
Daar heeft mijn wieg gestaan, Staphorst, dierbaar oord! (bis)

 Waar van ’t Oost de schone Reest westwaarts henenvloeit;
Weeld’rig sappig veldgewas kost’lijk groeit en bloeit;
Bloemengaard en beemd en bos overheerlijk gloort:
Daar heeft mijn wieg gestaan, Staphorst, dierbaar oord! (bis)

( Waar men d’eigen dorpse taal spreekt met held’re kracht;
Waar men taai en trouw van aard gaat in eigen dracht;
Eigen zeden, eigen schoon ’t hart des volks bekoort:
Daar heeft mijn wieg gestaan, Staphorst, dierbaar oord! (bis) )

Waar aan ’t oud Oranjehuis ’t volk blijft hou en trouw’,
Met ons roemrijk Nederland één in vreugd en rouw;
Waar men treedt naar  ’s Heeren huis, luistrend naar Zijn Woord:
Daar heeft mijn wieg gestaan, Staphorst, dierbaar oord! (bis)

Lees ook: Zangsteun van de Stappester Diekzangers bij aubade (video)