Geen eenduidig effect onderwaterdrainage in veenweiden

Foto: WDO Delta

Bij 11 agrarische bedrijven startte in 2018 in het veengebied Kostverloren- en Kloosterzijl ten westen van Rouveen en Staphorst een experiment met onderwaterdrainage. In de afgelopen twee jaar zijn de grondwaterstanden en de bodembeweging gemeten en hebben de agrarische ondernemers ervaring opgedaan met het onderwaterdrainagesysteem.

De elf deelnemende agrariërs zijn: Arie den Uijl, Ben van den Brandhof, Berend Jan Kronenberg, Johannes Post, Wim Petter, Lambert Bouwman, Willem Courtz, Klaas Jan Visscher, Wout van Dalfsen, Gerard Buitenhuis en Jan Dunnink. Enkele hiervan komen in onderstaande video aan het woord.

Bij de 11 proeflocaties is onderzocht wat het effect van het onderwaterdrainagesysteem is op de grondwaterstand in droge en natte perioden. De resultaten van dit onderzoek zijn niet eenduidig. Wel laten de eerste resultaten van de bodembeweging een seizoensgebonden dynamiek zien.

De proefperiode is nog te kort om conclusies te trekken over de effecten op landbouw en het lange termijneffect op de maaivelddaling in dit gebied. De werking van het bodem- en watersysteem is complex. Het effect van de onderwaterdrainage is van veel factoren afhankelijk. Verder onderzoek is noodzakelijk om meer grip te krijgen op de werking van het infiltratiesysteem onder verschillende omstandigheden.

Het huidige zogeheten peilbesluit is inmiddels 30 jaar oud en moet mogelijk worden herzien. Over de jaren is het veen geoxideerd en de bodem gedaald. Hierdoor zijn de grondwaterstanden in het gebied relatief hoog. Voor het naastgelegen Natura2000-gebied Olde Maten & Veerslootlanden is dit gunstig. Maar voor  de landbouw is dit ongunstig, omdat de draagkracht van de bodem in het geding komt.

Met onderwaterdrainage wordt water uit de sloot geïnfiltreerd via drainbuizen onder de percelen. Daarmee wordt het uitzakken van  grondwater en veenoxidatie in een droge periode voorkomen en  bodemdaling geremd. In een natte periode kan de overtollige neerslag via de drainage worden afgevoerd, zodat het grondwaterniveau daalt en de agrariërs met hun landbouwmachines het land op kunnen.

Bij 11 agrariërs werden proefpercelen met onderwaterdrainage aangelegd. Hierbij werd rekening gehouden met het verschil in bodemopbouw, dikte van het veen en de aanwezigheid van een onderbemaling. Zo is drainage aangelegd direct op de sloot, drainage aangesloten op een verzameldrain of drainage op een put uitgevoerd. In de put kan het peil afzonderlijk van het slootpeil worden geregeld. Er zijn er metingen verricht aan grondwaterstanden en draagkracht en de ervaringen van de agrariërs met het graslandgebruik zijn bijgehouden.

Bij de helft van deelnemers blijkt er in natte perioden een drainerend effect te zijn. Dit blijkt ook uit de metingen die zijn uitgevoerd aan de draagkracht. De effecten zijn wisselend en vooral zichtbaar in het voorjaar. Op de onderwaterdrainagepercelen lijkt de  draagkracht sneller te herstellen. De helft van de deelnemers ervaart positieve effecten van de onderwaterdrainage op de draagkracht en slechts enkele deelnemers op de graskwaliteit en grasopbrengst. Op de vraag of men het areaal onderwaterdrainage op het bedrijf wil uitbreiden of wil adviseren aan andere melkveehouders zijn de meningen sterk verdeeld. De meesten geven aan dat het te snel is om conclusies te trekken.

Het experiment is mede mogelijk gemaakt door Waterschap Drents Overijsselse Delta, LTO  Provincie Overijssel en de agrarische ondernemers uit het gebied. Voor de uitvoering is een subsidie vanuit het plattelandsontwikkelingsprogramma (POP3) ontvangen. Dit is een Europees subsidieprogramma voor het ontwikkelen, verduurzamen en innoveren van de agrarische sector in Nederland. Het onderzoek werd uitgevoerd door Aequator Groen & Ruimte in nauwe samenwerking met de 11 betrokken agrarische ondernemers, Waterschap Drents Overijsselse Delta en LTO Noord.

Lees ook: Experiment onderwaterdrainage in Overijssels veengebied